is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wederpartij tot de buiten geding stelling dier procuratie en tot absolutie der instantie geconcludeerd heeft;

dat eindelijk ontkend wordt dat die beide eischers hunnen procureur niet van behoorlijke volmacht zouden voorzien hebben ;

O. dat nadat geïntimeerden nog hadden betoogd, dat en hoe alle partijen bij de toewijzing dezer exceptie groot belang hebben en dat ten aanzien der hoofdzaak het vonnis wel en terecht gewezen is, door hen is geconcludeerd tot tenietdoening van het appel eu, met admissie der exceptie plurium litigantium, tot niet ontvankelijk verklaring van den appellant dan wel dat het Hof, rechtdoende ten principale, het vonnis a quo zal bekrachtigen, alles met veroordeeling van den appellant in de kosten van het appel;

O. dat bij conclusie van antwoord exceptioneel in appel de voorgestelde exceptie bestreden en betoogd is dat geïntimeerden daarbij geen belang hebben en wijders dat geintimeerden onbevoegd zijn om tegen het vonnis, waarbij verstek verleend is, in hooger beroep te komen en dat bovendien hunne grieven daartegen ongegrond zijn, waarna ten slotte is geconcludeerd tot verwerping der voorgestelde exceptie plurium litigantium met veroordeeling van de geintimeerden in de kosten;

O. dat partijen daarna recht gevraagd hebben op de stukken, waarna de nederlegging daarvan ter tafel gelast en de uitspraak bepaald is op heden;

Ten aanzien van het recht,

O. in de eerste plaats ten aanzien der door de geintimeerden voorgestelde exceptie plurium litigantium;

dat bij het ten processe overgelegde vonnis van den President van den raad van justitie te Makasser, rechtsprekende in kort geding dd. 20 October 1886, aan het hoofd voelende dat het is gewezen tusschen .To Ong, Tan Soen qq. Tan Koe, The Gea en Tjoa Tian Hok, eischers, compareerende de beide eersten bij den advocaat en procureur ,Thr. Mr. A. J. van den Bergh, de beide laatsten defaillanten, en Liem Sie Hoei en The Than, gedaagden, compareerende de eerste bij den procureur W. Eekhout en de tweede bij Mr. van den Bergh voornoemd, — verstek is