is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelet op het extract uit het daartoe bestemde register aangehouden ter griffie van den raad van justitie te Soerabaja, waaruit blijkt, dat de substituut officier van justitie bij die rechtbank op den 11 den April 1887 verklaard heeft tegen voorschreven uitspraak cassatie aan te teek< nen, zoomede op de ingediende memorie in cassatie, zijnde eerstbedoelde acte bij deurwaarders exploit van den 25sten April daaraanvolgende aan den beklaagde beteekend geworden;

Nog gelezen de schriftelijke conclusie namens den procureurgeneraal genomen door den advocaat-generaal Mr. J. F. Phitzinger dd. 9 Mei 1887, strekkende tot niet ontvankelijkverklaring dan wel ontzegging van den eisch in cassatie en veroordeeling van den Lande in de kosten in cassatie gevallen;

Geboord het rapport van den raadsheer Mr. A. Stibbe Lzn.;

Gezien de stukken;

O. dat als eenig middel van cassatie is aangevoerd:

schending van art. 5 van Staatsblad 1873 no. 240 juncto Staatsblad 1877 no. 92 en art. 2 van Staatsblad 1877 no. 91, door den beklaagde vrij te spreken van de overtreding van art. 5 voormeld op grond dat de bij dat artikel bedoelde aangifte niet is gedaan aan den ontvanger doch aan den resident van Kediri;

O. dat mitsdien bet voorgestelde middel alleen is gericht tegen 's raads in appel gewezen vonnis voor zoover de beklaagde daarbij is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde overtreding van art. 5 van Staatsblad 1873 no. 240;

O. dat intusschen zoowel luidens art. 358 van het Inlandsch reglement als ingevolge art. 310 van bet reglement op de strafvordering, van vonnissen, waarbij beklaagden op eene wettige wijze zijn vrijgesproken op grond dat hunne schuld niet is bewezen, geen gewoon beroep in cassatie is toegelaten, zoodat in casu eerst moet worden nagegaan of de onderwerpelijke vrijspraak niet aan de bij gemelde artikelen gestelde vereiscbten voldoet en het beroep wel ontvankelijk is;

O, alsnu te dien aanzien, dat volgens de beslissing van den raad van justitie voor beklaagdes schuld aan de hem ten laste