is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegde, met last dat hij dadelijk uit zijn arrest zal worden ontslagen, ten ware hij om andere redenen daarin behoort te blijven, en met veroordeeling van den Staat in alle kosten van het geding;

O. dat den beklaagde bij de ten processe overgelegde klacht van den le Luitenant der Cavalerie Jhr. C. J. M. Meijer, gedagteekend Salatiga 30 Januari 1887, is te laste gelegd, dat hij zich onder een valschen naam en met gebruikmaking van valsche papieren voor het leger heeft geëngageerd;

O. dat beklaagde naar aanleiding van deze klacht naar den krijgsraad is verwezen;

O! dat in het ter zake gehouden onderzoek is verklaard: door den beklaagde in substantie, — dat zijn naam is Jonkheer Willem, Alexander, Paul, Prederik, Lodewijk de Serière;

dat hij zich in Augustus van het vorige jaar te Semarang bevond en op zekeren dag te voet naar Salatiga gegaan is met het doel om zekeren Roozendaal op te zoeken, die in het bezit was van zijne papieren;

dat hij te Salatiga aangekomen bevond dat Roozendaal daar niet was, doch hij, beklaagde, op den grooten weg, den burger Anthonij, een vroeger gedeserteerd Amboineesch militair, ontmoette, wien hij om inlichtingen omtrent Roozendaal vroeg, die hem echter die inlichtingen niet geven kon;

dat beklaagde toen naar Ambarawa gegaan, aldaar vijf dagen gebleven, en vervolgens weder naar Semarang teruggekeerd is;

dat beklaagde onderweg Anthonij weder ontmoet heeft, en deze hem toen wist mede te deelen, dat Roozendaal eenige dagen bij hem geweest was en beklaagdes papieren in zijn bezit had, maar zonder te kennen gegeven te hebben wat hij daarmede wilde uitvoeren, die papieren weder had medegenomen toen hij van hem, Anthonij, vertrok, terwijl Anthonij hem, beklaagde, niet wist te zeggen waarheen Roozendaal gegaan was;

dat beklaagde toen naar Semarang doorgegaan en na een paar dagen weder naar Salatiga teruggeloopen is, om nogmaals Roozendaal op te zoeken;

dat beklaagde te Salatiga aangekomen, Anthonij weder ont-