is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ware naam niet de Groot was, aangezien zich kort te voren te Semarang ook een W. de Groot geëngageerd had; dat getuige later vernomen heeft dat de sergeant schrijver van het plaatsbureau, die bij getuige werkt, belast is geworden met de teruggave van het aanbrenggeld van W. de Groot, omdat deze onder een valschen naam in dienst is gekomen, heetende hij in werkelijkheid, naar getuige heeft hooren zeggen, de Serière;

dat tegelijkertijd een schrijven van den Afdeelings-Oommandant aan den Militairen Commandant te Salatiga ontvangen werd, houdende mededeeling dat W. de Groot, alias Jhr. de Serière, zich te Kaliwoengoe moest ophouden;

dat kort daarop de sergeant schrijver Schildgen en de cavalerist 2e klasse Olivier naar Semarang zijn ontboden tot herkenning van "W. de Groot, die dan ook te Kaliwoengoe is opgevat en als arrestant te Salatiga is aangebracht; hebbende getuige wijders verklaard dat hij den waren de Groot niet kent maar in zijne functie als fungd. plaatselijke adjudant weet dat de Groot zich eenigen tijd geleden bij het 3e depot Bataljon te Malang ophield en dat genoemde de Groot te Malang ontkend heeft dat de bewuste doopacte van hem was en verklaard heeft dat die ook niet van zijn broer kan zijn omdat de handteekening op die doopacte volstrekt niet van zijn broer was; en ten slotte dat getuige in den hem vertoonden beklaagde den persoon herkent, die zich onder den naam van W. de Groot bij hem als soldaat schrijver heeft laten aanwerven; door den getuige Olivier:

dat in de maand Augustus 1886, beklaagde vergezeld van een burger Anthonij genaamd op het plaatsbureau, waar getuige als schrijver werkzaam was, gekomen is;

dat Anthonij toen naar den sergeant schrijver Schildgen, die zich ook op het bureau bevond, toeging en hem beklaagde toonde zeggende dat deze dienst wilde nemen als soldaat schrijver en hem tevens eenige papieren overreikte, waarvan de inhoud den getuige niet bekend is, omdat hij ze niet gezien heeft, waarop beklaagde en Anthonij het bureau weder verlaten hebben; cjat beklaagde den volgenden morgen teruggekomen is, het