is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam de Serière is, en hij onder den hem niet toebehoorenden naam van W. de Groot en met de op naam van dezen persoon staande papieren dienst heeft genomen, welke verklaring ten aanzien van beklaagdes dienst nemen als W. de Groot bevestigd wordt door de getuigen Anthonij, Meijer, Olivier en van Soest;

O. dat alsnn moet worden onderzocht of dit als bewezen aangenomen feit al of niet misdrijf oplevert en, zoo ja, welk misdrijf;

O. dat door dit feit drie misdrijven kunnen zijn gepleegd nl. Ie. het bij art. 98 'van het wetboek van strafrecht voor Europeanen strafbaar gestelde misdrijf van valschheid in authentiek geschrift; 2e. het bij art. 94 ibidem strafbaar gestelde misdrijf van het des bewusst gebruik maken van valsche authentieke geschriften, en 3e. het bij art. 326 ibidem strafbaar gestelde misdrijf van „oplichting;"

O. dat tot de bestaanbaardheid van het eerste misdrijf „valschheid in authentiek geschrift", behoort o. a. dat het geschrift vervalscht zij ten aanzien van datgene wat door het geschrift moet worden bewezen (cf Théorie du Code Penal, A. Chauvau et Helie Eaustin, Chap XXII § 1 du faux en écriture, waarin onder andere geleerd wordt:" Les différentes distinctions qui viennent d'être posées permettent de tracer avec plus de précision la limite oü Taltération de la vérité cesse d'être une simple fraude pour revêtir les caractères d'un faux criminel; c'est lorsqu'elle n'est point accompagnée de contrefagon ou de falsifications d'écritures, ou lorsque 1'acte faux ne fait naitre aucune obligation, ou lorsque le fait mensonger est énoncé dans un acte qui n'est pas destiné a le constater. Alors Taltération, quelle que soit la perversité qui 1'a produite, reste dans la classe des dols et des fraudes, qui, dans certains cas sont punis d'une peine correctionnelle, dans d'autres cas échappent h 1'action répressive), en dat door die vervalsching nadeel is of kon worden toegebracht;

O. dat nu aan het eerstgenoemde vereischte in casu niet voldaan is, aangezien de engagementsacte welke beklaagde met den naam van W. de Groot heeft geteekend tot bewijs dient,