is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat toch uit het gehouden onderzoek niet rechtens is gebleken, dat beklaagde niet onder zijn eigen naam in dienst mocht komen en derhalve het indiensttreden onder den naam van W. de Groot, nu aangenomen moet worden, aangezien het tegendeel niet blijkt, dat beklaagde, in dienst tredende onder zijn eigen naam, dezelfde -premie heeft kunnen bedingen als onder den aangenomen naam van W. de Groot, niet kan worden beschouwd als een bedriegelijk middel;

O. dat mitsdien beklaagde, aangezien het gepleegde feit niet strafbaar is, daarvan behoort te worden vrijgesproken;

Gelet enz.;

Rechtdoende,

In naam en van wege den Koning!

Spreekt den in hoofde dezer genoemden beklaagde W. de Groot, ten rechte Jonkheer Willem, Alexander, Paul, Prederik, Lodewijk de Serière, vrij van het hem bij de klacht opgemaakt door den len Luitenant der Cavalerie Jhr. C. J. H. Meijer, gedagteekend Salatiga 30 Januari 1887, te laste gelegde;

Gelast dat hij dadelijk uit zijn arrest zal worden ontslagen ten ware hij om andere redenen daarin behoort te blijven;

Veroordeelt den Staat in alle kosten van het geding.

Bekrachtigd bij arrest van het Hoog-Militair-Gerechtshof van N. I. dd. 27 Mei 1887.