is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekest „het vermogen noch niet is toebedeeld er vooralsnog van een beheers onlname geen sprake kan zijn;"

dat intnsschen art. 335 alinea 1 van het Burgerlijk Wetboek alle voogden tot zekerheidstelling verplicht binnen één maand na de aanvaarding der voogdij en in de wet geene bepaling wordt aangetroffen krachtens welke die zekerheidstelling eerst behoeft te geschieden na de scheiding en deeling, zooals uit de beschikking van den raad van justitie zoude moeten volgen;

dat de ratio legis zich dan ook eveneens tegen die opvatting verzet, aangezien deelgenoten in eene onverdeelde nalatenschap, al zijn zij minderjarig, vermogen bezitten — een onverdeeld aandeel immers in de baten en lasten van den boedel — waarover even goed beheer moet worden gevoerd en in welk beheer zij evenveel belang hebben als wanneer hun goederen in individueelen eigendom zijn opgekomen;

O. dat de raad van justitie mitsdien door zijne beslissing het aangehaalde wetsartikel heeft geschonden;

O. dat echter in casu niet zooals door den procureur generaal op het voetspoor van de requirante wordt voorgesteld al dadelijk door den Hove eene beslissing ten principale kan worden genomen, vermits de gerequireerde wèl bij haar boven aangehaald rekest mededeelt aan het bepaalde bij meergemeld art. 335 niet te hebben voldaan en evenmin in het bezit te zijn van een perceel waarop ingevolge art. 336 van het Burgerlijk Wetboek eene hijpothecaire inschrijving zoude kunnen worden genomen, maar, daargelaten dat dit rekest als niet voldoende aan de eischen van art. 416 van het regl. op de B. Rv. buiten onderzoek moet worden gehouden — van dit alles uit de dispositie zelve niets blijkt, weshalve de beslissing der hoofdzaak afhangt van feiten bij de vroegere behandeling onopgelost gelaten en het geval zich voordoet bij art. 427 van het reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering omschreven;

Gelet enz.;

Beschikkende,

Vernietigt de door den raad van justitie te Soerabaja op 1 December 1886 genomen dispositie, waarvan cassatie;