is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verwerpt de voorgestelde exceptie van onbevoegdheid des rechters zoomede het voorgestelde middel van niet ontvankelijkheid;

Wijst den eischer zijne vordering toe;

Veroordeelt mitsdien de gedaagde om aan eischer, tegen behoorlijke kwijting, te betalen de som van ƒ 739,20 met de wettelijke renten ad 6 % J s jaars a die litis motae;

Verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande hooger beroep of verzet;

Verwijst de gedaagde in de kosten van het proces.

HOOGER BEROEP.

Zitting van 18 Augustus 1887. Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

Verbintenis onder voorwaarde zonder tijdsbepaling.— Art. 1258 al. 2 B. W,

I)e eischer, na de dagvaarding beloofd hebbende de zaak te zullen aanhouden om die te doen roijeeren na ontvangst van het proces-verbaal der overgave van in beslag genomen goederen, doch vonnis vragende, zonder dat gebleken was dat die overgave niet zoude geschieden, heeft daardoor gehandeld in strijd met de op zich genomen verplichting.

H. W. Wegman, administrateur der suikerfabriek Gending, appellant, comp, bij den adv. en proc. Mr. C. A. Hennij Jr., contra

E. M. Horst te 's Gravenhage, ecbtgenoote van Mr.

W. a Brakel Eeiger en laatstgenoemde om zijne echtgenoot in rechten bij te staan en te machtigen, geïntimeerden, defaillanten.