is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

appellant, vroeger le gedaagde, heeft afstand gedaan van hare vordering tot solidaire veroordeeling in de kosten, het vonnis a quo te dien aanzien verbetering behoeft;

Gelet enz.;

Eechtdoende in hooger beroep,.

Doet te niet het principaal appel;

En ten aanzien van het incidenteel appel,

Ontvangt dit appel;

Veroordeelt den incidenteel appellant, len gedaagde, met verbetering van het vonnis a quo voor zoover hij daarbij solidair in de kosten is verwezen, voor zijn aandeel in de kosten in le instantie gevallen;

Bekrachtigt overigens het vonnis van den eersten rechter;

Veroordeelt zoowel de principaal als den incidenteel appellant in de kosten door hun appel veroorzaakt.

Zitting van 20 October 1887.

Voorzitter: als voren.

Geloofwaardigheid van eenen getuige. — Art. 58 Ev. — Ambtshalve veroordeeling

in de proceskosten.

De door eenen wijkmeester op verzoek van den houder eener pas daarop gestelde aanteekening dat hij op zeker tijdstip niet naar zijne woonplaats teruggekeerd is doch dat hij dit thans wil doen, bewijst niet dat hij in dien tusschentijd in werkelijkheid daarheen niet teruggekeerd is.

De rechter behoort, ook al is dit niet gevorderd, ambtshalve in de proceskosten te veroordeelen. 1)

Tio Hiap Hie, appellant, comp. bij den adv. en proc. Mr. J. R. Voute, contra

Lim Tiong Hwat, geintimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. P. Maclaine Pont.

1) Zie eene beslissing in tegenovergestelden zin in 's Hofs arrest van 13 April 1882, opgenomen in Deel XXXIX pag. 24 sqq. van dit Tijdschrift.