is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

IIOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCII-INDIE. (Eerste Kamer).

HOOGER BEROEP.

Zitting van 18 Augustus 1887. Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

Art. 591 süb 2 o. en 604 Rv. — Berusting in een vonnis. — Erkenning van schuld. — Bewijs.

Het zich niet verzetten tegen de tenuitvoerlegging van een bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis is geen bewijs van berusting.

Be in bewaring geving aan den cipier bedoeld bij art. 604 Rv. onder uitdmckkelijke reserve daarbij van het recht van appel bewijst ook geene berusting in het vonnis al is daarvan aan de wederpartij geene aanzegging gedaan.

De bij die in bewaring geving gebezigde uitdrukking: „ver. schuldigd aan A. (den triumfant) als schuldeischer van B. (den gegijzelde)", is, zoo de in bewaring geving onder protest geschiedt, geene erkenning van schuld.

Wanneer tegenover een en beweerden koop en verkoop gesteld wordt eene overeenkomst van aanneming van werk, kan die koop en verkoop niet bewezen worden door zinsneden in brieven, die zich met beide overeenkomsten even goed verdragen.

XL1X. 26