is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Soerabaja tusschen partijen gewezen vonnis, waarbij, met gedeeltelijke toewijzing van den verminderden eisch, de gedaagden veroordeeld zijn om tegen behoorlijke kwijting aan de eischeres te betalen de som van ƒ 6000, zijnde de bij het vonnis bedoelde uitkeering over de jaren 1882, 1883, 1884 en 1885, met de wettelijke interessen van af den dag der dagvaarding tot aan dien der volle voldoening toe, met uitvoerbaarverklaring van het vonnis bij voorraad zonder borgtocht en veroordeeling van de gedaagden in de kosten;

En wijders:

O. dat deze laatsten zich met deze uitspraak bezwaard gevoelende, daarvan in hooger beroep gekomen zijn voor zooveel daarbij niet geheel is recht gedaan overeenkomstig de namens hen genomen conclusiën en zij veroordeeld zijn tot betaling der volle geëischte som van ƒ 6000 en de kosten van het geding en bij conclusie van eisch in appel in hoofdzaak hebben aangevoerd:

dat de rechter a quo ten onrechte heeft verworpen de verwering van appellanten dat zij over de jaren 1883 en 1884 de hun bij testament van wijlen Tan Bian Tjing opgelegde jaarlijksche uitkeering van ƒ 1500 uit de opbrengsten van Karah aan de geintimeerde niet verschuldigd zijn omdat in die jaren de uitgaven van Karah meer hebben bedragen dan de ontvangsten, daar onjuist is dat onder opbrengst van een land, zoowel taalkundig als in het dagelijksch spraakgebruik niet anders wordt verstaan dan hetgeen een land opbrengt, zonder meer, en in geenen deele wat na aftrek van productiekosten van de opbrengst overblijft, omdat opbrengst van een land, en taalkundig en volgens het dagelijksch spraakgebruik, zoowel beteekent hetgeen een land voortbrengt, produceert, als het voordeel dat een land afwerpt d. i. de inkomsten, welke daarvan verkregen, daaruit getrokken worden of kunnen worden; dat waar sprake is van het voordeel, de inkomsten, de vruchten eener zaak, die altijd bedoeld en gedacht worden na aftrek der kosten tot verkrijging daarvan aangewend;

dat door het legaat te doen bestaan in eene zekere geldsom