is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raadkamer van 3 November 1887. Voorzitter: als voren.

Art. 6 no. 7 al. 2 en art. 832 Rv. — Kwaadwillige

verlating. onbekendheid van woontlaats.

Re woonplaats van den verweerder in zake van echtscheiding niet bekend zijnde, kan de oproeping tot verschijning, bedoeld bij art. 832 Rv.,-geschieden op de wijze van art. 6 no. 7 al. 2 eod.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen liet rekest gedagteekend Soerabaja 10 October 1887 van Mr. A. D. W. de Vries, advocaat en procureur bij deu raad van justitie aldaar, ten deze handelende als gemachtigde van vrouwe M. Th. S. M. . . ., echtgenoote van D. J. J. W. v •

A laatstelijk hulponderwijzer der derde klasse aan de

openbare lagere school te Bandjerinasin, — daarbij in substantie mededeelende:

dat zijne principale tot echtscheiding op grond van kwaadwillige verlating wenschende te geraken, een daartoe strekkend rekest aan den raad van justitie te Soerabaja heeft ingediend, waarop de president dier rechtbank bevolen heeft dat zij en haar echtgenoot tegen een bepaalden dag voor hem zouden verschijnen met last op den griffier om dat bevel aan laatstgenoemde toe te zenden;

dat rekestrants principale alstoeu, vermits haar echtgenoot, met eene strafrechterlijke vervolging bedreigd, sints jaren verdwenen en zijne woonplaats ten eenenmale onbekend is, aan 's raads voorzitter verzocht heeft de oproeping van haren echtgenoot te mogen doen geschieden op de wijze bij art. 6 no. 7 al. twee van liet regl. op de B. Rv. voor dagvaardingen van personen zonder bekende woon- of verblijfplaats in N. I. bepaald, maar meergenoemde voorzitter dit bij dispositie van 25 September 1887 niet yoor inwilliging vatbaar verklaard heeft;