is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGISTER

op liet Ijfst® Heel van liet Tijdschrift

HET RECHT IN NED.-INDIE.

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE.

(Eerste Kamer).

Het Hof op het verzoekschrift bedoeld bij art. 339 al. 2 Rv-, ingediend na ommekomst van den termijn van hooger beroep, den rechtdag en termijn vaststellende, zoo maakt dit geen inbreuk op de al of niet appellabiliteit.

De beteekening van het vonnis aan den procureur volgens art. 68 al. 1 Rv. is slechts verplichtend, zoo men het vonnis wil ten uitvoer leggen \ 1

Particuliere landen bewesten de Tjimanoek.—Huurcontract.— Lijfsdwang. — Art. 581 sub 4 Rv.

He huurovereenkomst betrekkelijk een particulier land bewesten de Tjimanoek, waarbij bepaald is dat de huur betaald moet worden, al gaat de oogst geheel of ten deele verloren, dat de huurder het land moet verbeteren en meer productief maken, en den huurder het recht ontzegd is de sawahs te vervreemden, is een contract aangaande eene onderneming van landbouw 8

Dagvaarding in hooger beroep aan bij beteekening van liet vonnis gekozen domicilie.—Art. 81 Rv.—Art. 1079 al. 2 B. W. — Boedelscheiding.

In het geval van art. 81 Rv. kan de nietigheid der eerste dagvaarding voorgesteld worden bij de comparitie op de tweede, ook door hem die op de eerste dagvaarding niet verschenen is.

Onder woonplaats in art. 1 Rv. wordt ook de gekozene verstaan.

Wordt door de partij, die het vonnis beteekent, bij die betee-