is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar partijen in de wederzijdsche verhouding van credietverstrekking staan, zijn zij over en weer eikaars schnldeischers en schuldenaren, tusschen wier wederzijdsche schuldvorderingen compensatie plaats heeft en kan geen gebruik gemaakt worden van de actie tot rekening en verantwoording 354

Artt. 85 en 106 Rv. — Inhoud exploit dagvaarding.— Dilatoir of peremptoir. — Rekening en verantwoording bij scheiding en deeling eener ontbonden maatschap.

De wet eischt niet dat het exploit van dagvaarding uitdrukkelijk melding moet maken van het bestaan der bijzondere schriftelijke machtiging op den procureur op wiens vordering, namens den aanlegger, het exploit van dagvaarding gedaan wordt, dan wel dat daarbij het bewijs dier machtiging moet worden overgereikt.

Waar bij eene overeenkomst aan de eene zijde drie personen, die bekend zijn als eene bestaande maatschap te vormen, optreden niet als vertegenwoordigers dier maatschap, maar ieder voor zich in privé, daar kan de tegenpartij uit die overeenkomst ageeren tegen één dier personen.

Art. 85 Rv. verbiedt niet na het exploit van verzet nog andere middelen bij te brengen.

De bewering dat de actie tot het doen van rekening en verantwoording van gevoerd beheer over eene maatschap niet opgaat op grond dat scheiding en deeling had moeten voorafgaan en eerst, wanneer daarna gedaagde onwillig mocht blijken tot het doen van rekening en verantwoording, daartoe tegen hem geageerd kan worden, is geene dilatoire exceptie, maar een peremptoir middel.

Vennooten, aan elkander na de ontbinding der maatschap rekening en verantwoording verschuldigd zijnde, kunnen die niet rauwelijks van elkander vragen, doch slechts ter gelegenheid van eene aanhangig gemaakte vordering tot scheiding en deeling. 363 EERSTE AANLEG.

RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA,

(Eebste Kamee).

Art. 48 van het Tarief in Staatsblad 1851 no. 27.— Art. 1739 B. W.

Tusschen den deurwaarder en den door hem aangestelden bewaarder van in beslag genomen goederen bestaat door die aanstelling geen rechtsband.