is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met bepaling dat tot voortzetting van de voor notaris Hultman te Makasser aangevangen onderhandelingen over de scheiding en deeling, de partijen voor denzelfden notaris zullen hebben te verschijnen op dag en uur bij het vonnis aangewezen en veroordeeling eindelijk van de 4de, 5de en 6de gedaagden in de kosten;

En wijders:

O. dat de zesde en vijfde gedaagden zich toet deze uitspraak bezwaard achtende, daarvan zijn gekomen in hooger beroep en de wederpartij tegen 's Hofs terechtzitting van den 16den Mei 1889 hebben gedagvaard, als wanneer slechts de 1ste tot en met de 7de geïntimeerden verschenen, weshalve ten verzotke van appellanten, ter 's Hofs audiëntie van den 23sten Mei daaraanvolgende tegen de niet gecompareerden verstek werd verleend met aanhouding der zaak wat de gecompareerden betreft, — zijnde als een gevolg daarvan de zaak nader op den 24sten October 1889 ter rolle gebracht, als wanneer de aanvankelijk niet gecompareerde geintimeerden allen mede verschenen, en door de appellanten voor eisch in appel is geconcludeerd pro ut in scriptis;

hebbende zij tot adstructie hunner grieven hoofdzakelijk aangevoerd :

dat het concept boedelscheiding, hetwelk naar de uitspraak van den raad van justitie zoude moeten worden gevolgd, wel in 1886 voor een anderen notaris (Hultman te Makasser) in behandeling genomen, maar overigens gelijk is aan een veel vroeger ontwerp door den fungeerend notaris te Banda Kruijt opgemaakt en waarover reeds in 1884 vruchteloos werd beraadslaagd, willende de oorspronkelijke eischers (in substantie) scheiding van den boedel van wijlen den heer Jolian Wilhelm Hoeke op den voet van dat ontwerp;

dat nu dit concept gebaseerd is op de boedelverdeeling door gemelden erflater bij testament gemaakt, en het vonnis a quo evenzeer feitelijk de uitvoering dier boedelverdeeling gelast, maar de bezwaren, welke appellanten in hoofdzaak tegen het concept boedelscheiding en daarmede tegen de vordering der oorspronkelijk