is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kan Tit Tan, appellant, eomp. bij den adv. en proe. Mr. D. Fock, contra

Khouw Wan Tjang, geintimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. R. Tj. Mees.

HET HOOGGERECHTSHOF YAN NEDERLANDSCFI IN DIE,

Gehoord partijen; Gezien de stukken; Ten aanzien der daadzaken :

Overnemende de uiteenzetting daarvan, vervat in liet door den raad van justitie te Batavia (Eerste Kamer) tussclien partijen gewezen vonnis van 28 September 1888, waarbij liet voorgestelde middel van niet ontvankelijkheid is verworpen; verder de eisch is toegewtzen; de gedaagde mitsdien is veroordeeld om tegen overgifte van de promesse, waaruit was geageerd, aan den eischer te voldoen de som van twee duizend gulden, verschuldigd ter zake van die promesse, met de renten ad negen procent 'sjaars van den dag van het gedaan protest, zijnde den 28sten Mei 1887, tot aan de volle voldoening toe; zijnde overigens het vonnis uitvoerbaar verklaard bij voorraad niettegenstaande hoogere voorziening en zelfs bij lijfsdwang, mits in dit geval zekerheid worde gesteld voor de vergoeding van kosten, schaden en interessen, waartoe de arrestant mocht worden veroordeeld, met bepaling dat deze zekerheid zal worden gesteld binnen acht dagen na de ingestelde hoogere voorziening en binnen een gelijk tijdstip aangenomen of betwist, en met veroordeeling van den gedaagde in de kosten des gedings;

En wijders:

• O. dat de gedaagde zich met dat vonnis bezwaard achtende, daarvan is gekomen in hooger beroep en vervolgens bij conclusie van eisch in appel in hoofdzaak heeft te kennen gegeven:

dat in het vonnis a quo wordt overwogen dat, wanneer de betaling van een accept gevorderd wordt door den oorspronkelijker! nemer, het voor den acceptant geheel onverschillig is of het accept tussclien den dag der afgifte en dien der betaling