is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eedsaflegging niet heeft verzet en (lus in bedoeld vonnis heeft berust, toch liet door gerequireerde ingesteld appel is ontvangen ;

IV. Schending dan wel verkeerde toepassing van art. 181 en art. 166 (verbis: „of tot tegenspraak van eens anders recht") van meerineld Inlandsch Reglement, doordien de rechter a quo, hoewel requirant den vorenbedoelden hem door den Landraad te Pandeglang opgelegden eed, luidende : „dat het waar is, dat hij op den 6en Djoemadillakir van het jaar 1299 of volgens de Europeesche tijdrekening op den 25en April 1882 te Segalaherang (Krawang) van eischer in leen heeft ontvangen de som van ƒ 600 en niels meur" heeft uitgezworen, toch nog is getreden in een onderzoek naar de vraag of requirant zijne bij dien eed bedoelde verwering en de gerequireerde zijne daarmede strijdige posita van eisch heeft bewezen en op de ontkennende beantwoording dier vraag zijn hiervoren bedoeld vonnis gebaseerd heeft;

O. ten aanzien van het eerste middel, dat een onderzoek naar de vraag of het middel is gegrond overbodig is te achten, omdat in welken zin die ook moge beantwoord worden, van eene schending of verkeerde toepassing der in het middel aangehaalde Wetsbepalingen geen sprake kan zijn, nu de daarin vervatte voorschriften zijn komen te vervallen door art 91 van het Regeerings-Reglement, in zoovere dat nu alleen de vonnissen in strafzaken moeten vermelden de stellige wetsbepalingen, waarop zij zijn gegrond;

O. ten opzichte van het tweede middel, dat requirant hierbij geen belang heeft, omdat art. 185 van het Inlandsch Reglement en art. 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering volkomen hetzelfde voorschrift bevatten;

O. met betrekking tot het derde middel, dat de aflegging van den eed, door den eersten rechter aan den requirant opgelegd, niet is een daad van den gerequireerde, wien ook met het oog op het bepaalde bij art. 432 van het Inlandsch Reglement geen middel ten dienste stond om zich tegen die handeling van den requirant te verzetten;

dat gerequireerde, door zich bij die eedsaflegging te doen