is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat ter zitting van den Landraad als stukken van overtuiging zijn geproduceerd 14 blikken doosjes en 42 blikken busjes, welke in beklaagdes bezit zouden zijn aangetroffen, gevuld met eene zelfstandigheid, die wordt beweerd opium te wezen;

O. dat beklaagde ter terechtzitting van den Landraad alle schuld aan het hem ten laste gelegde heeft ontkend;

O. dat, op grond der verklaringen van de in eersten aanleg gehoorde getuigen, wel is waar als wettig en overtuigend bewezen moet worden aangenomen, dat beklaagde op den bij de beschuldiging bedoelden dag de als stukken van overtuiging dienende voorwerpen in zijn bezit heeft gehad, doch het bewijs geenszins is geleverd, dat die doosjes en busjes opium bevatten ;

O. dat ten bewijze hiervoor toch niet kan dienen het ter zitting van den Landraad voorgelezen en aan beklaagde voorgehouden proces-verbaal der commissie van keuring en weging ddo. 27 Januari 1890, dat geene de minste motieven inhoudt van de daarin bevatte bevinding, dat de in de stukken van overtuiging bevatte zelfstandigheid opium zoude zijn en op dien grond niet als een verslag van deskundigen kan worden aangenomen ter voorlichting des rechters;

O. dat dit proces-verbaal, hoewel naar analogie der voorschriften van art. 295 van het Inlandsch-Rcglement door de onderteekenaars ter zitting met eede bevestigd, aan die laatste omstandigheid evenmin eenige bewijskracht kan ontleenen, vermits dat stuk op zich zelf niet door eenige in openbare posten, ambten of bedieningen gestelde personen is opgemaakt;

O. dat de raad van justitie ook niet in staat is geweest de omtrent de in de stukken van overtuiging bevatte zelfstandigheid heerschende onzekerheid op te heffen, vermits ter zitting van dit collegie geene stukken van overtuiging zijn geproduceerd ;

O. dat mitsdien de schuld van den beklaagde aan het hem ten laste gelegde niet is bewezen en hij daarvan behoort te worden vrijgesproken ;

Gelet enz.;