is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

particuliere landen niet speciaal op oog, dan toch wordt de belangrijkheid der beteekenis van sommige woorden licht niet voldoende bevroed en andere, van vermeende gelijkluidende beteekenis, daarvoor in de plaats gesteld, dan wel eene bedoelde uitdruküing, als van geen waarde geacht, weggelaten.

De juistheid dezer woorden blijkt bijv. uit de wijze, waarop Mr. J A. van der Chijs het hier in 't opschrift genoemde Besluit in zijn „Plakaatboek" terug geeft.

Op 24 Februari 1756 werd eerst besloten het land Tjitrap aan den Baad Extra-ord inair, Baron von Hohendorff te verkoopen en daarna volgt onmiddellijk een tweede besluit van dien dag, luidende:

„Te dezer gelegenheid is, conform de propositie van den „Heere Gouv. Gen. goedgevonden te statueeren, dat alle 's Comps „Landen—'t hier voren gem. Tjitrap daaronder begrepen, — „voortaan , 't zij bij publicque opveijling, dan wel uijt de „hand of per taxatie zullen werden verkogt, met dit speciale „voorbeding, dat daarop zullen blijven berusten alle de servituten, die daaraan, volgens de successive placcaaten en be„siuijten dezer Regeering, vóór den verkoop geaccrocheert zijn „geweest, 't zij van 's Heerendiensten, geregtigheden, leve„rantien van producten, boetens bij manquement van dien, „en wat dies meer zij".

Dit Besluit geeft de Heer van der Chijs in zijn „Plakaatboek" op bladz. 162 van deel VII verkort terug, zonder hierbij van het voorgaande Besluit van dien dag, den verkoop van Tjitrap, te gewagen en met weglating van de door mij in het Besluit onderschrapte woorden van : „ voortaan" en van : „met dit speciale voorbeding".

Door het weglaten van voortaan vervalt de duidelijke aanwijzing: dat de particuliere landen vóór het Besluit van 24 Februari 1756 verkocht in het algemeen blijkbaar zonder die servituten van heerendiensten enz. ten behoeve der compagnie op particulieren zijn overgegaan; gelijk dan ook door het Besluit van 13 Mei 1755 en in het daarin opgenomen advies van den Gecommiteerde over den inlander, D. W. Freijer, ten volle