is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst van koop en verkoop, op grond van wanpraestatie van gedaagdes zijde, ontbonden is verklaard; de gedaagde is veroordeeld om aan eischeresse te vergoeden alle kosten, schaden en interessen door eischeresse door die niet nakoming reeds geleden of nog te lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen ingevolge de wet; eindelijk liet anders of meer geëischte is ontzegd ; met veroordeeling van gedaagde in de kosten van het geding, daaronder begrepen die gereserveerd bij 's Raads incidenleele vonnissen dd. 16 Januari en 10 April 1889; En wijders:

O. dat de gedaagde zich met voorschreven uitspraak bezwaard achtende, daarvan tijdig is gekomen in hooger beroep en bij zijne qonclusie van eisch in appel als grieven daartegen heeft aangevoerd :

dat ten onrechte door den raad van justitie bewijskracht is, toegekend aan de ten processe overgelegde boeken van de makelaars Dunlop en Kolff te Soerabaja, vermits toch uit hot door dien raad gehouden onderzoek is gebleken dat die makelaars er geen zakboekje als bedoeld in de artt. 66 en 68 van het Wetboek van Koophandel op nahouden;

dat bij gevolg de door eischeresse, thans geïntimeerde, gestelde, doch door gedaagde, thans appellant, ontkende overeenkomst van koop en verkoop van den geheelen koffieoogst van het erfpachtsperceel Tjondro Katon is onbewezen ;

dat in elk geval het bewijs ontbreekt dat appellant aan den Chinees Tio Song Lim, die de transactie namens hem zoude hebben gesloten, iets anders of meer heeft gelast dan de hem appellant toekomende helft in den koffieoogst van Tjondro Katon te verkoopen ;

dat ten onrechte enz.;

hebbende appellant ten slotte, onder referte ook aan de gronden en middelen in eersten aanleg ontwikkeld, geconcludeerd voor eisch in appel: dat het den Ilove moge behagen te ontvangen het appel, te niet te doen het vonnis door den raad van justitie te Soerabaja op den 23sten Oktober 1889 tusschen partijen gewezen, waarvan appel, en, doende wat de eerste rechter