is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de sommatie van 9 Mei 1888 alzoo geschiedde tijdens geintiraeerde instandhouding van het contract met appellanten verzocht, terwijl het verder is onbetwist dat hij, na zich zijn verzoek door den rechter te hebben zien toewijzen, over die sommatie (ondanks daaraan geen gevolg was gegeven) niet meer gerept, maar vrij geruimen tijd (immers ruim anderhalve maand na de beteekening van 's Hofs bovenbedoeld arrest) met eene naleving van het contract van weerszijden zonder eenige reserve genoegen genomen heeft, ja zelfs, gelijk hieronder zal worden aangetoond, bij een nieuw beweerd verzuim van eersten appellant wederom nakoming heeft gevorderd;

dat uit een en ander duidelijk blijkt, dat geintimeerde, zoo het al ooit in zijne bedoeling mocht hebben gelegen de overeenkomst op grond der beweerde wanpraestatie te doen ontbinden, zijn voornemen daartoe heeft opgegeven, weshalve daarop thans door hem geen beroep meer kan worden gedaan;

B. met opzicht tot de tweede in gebreke stelling: dat de feitelijke toedracht deze is, dat geintimeerde op 24 Juli 1889 aan eersten appellant schreef, van het Gouverne» ment een verzoek om 100 ligmatjes te hebben bekomen, en zulks bij aangeteekenden brief, die op 25 Juli d. a. v. aan het postkantoor te Serang ontvangen, maar, volgens het niet weersproken beweren van eersten appellant, wegens zijne afwezigheid van de plaats, eerst op den 3en Augustus 1889 aan den geadresseerde afgegeven werd; — hetgeen ten gevolge had, dat de 100 ligmatjes eerst den 9en Augustus 1889 bij geintimeerde bezorgd konden worden, die echter weigerde ze aan te nemen, — waana zij hem op den 13en van die maand gerechtelijk werden aangeboden en daags daarna geconsigneerd;

dat eerste appellant beweert in de hier bedoelde levering niet nalatig te zijn gebleven, vermits hij slechts te leveren had binnen 14 dagen na ontvangst van den brief van geintimeerde;

dat deze weer ongegrond is, aangezien overeenkomsten partijen tot wet strekken en in art. 2 van het tusschen geintiraeerde en eersten appellant gesloten contract ddo. 18 November 1887 nu eenmaal te lezen staat dat de leveringen zullen geschieden