is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niet op Europeesche wijze getuigd is en bovendien alleen de rivieren en binnenwateren bevaart, eene verklaring, als de overgelegde, geene waarde hoegenaamd heeft;

dat voorts, gesteld eens dat in het onderhavige geval aan eene scheepsverklaring bewijskracht zou kunnen worden toegekend, wat uitdrukkelijk des neen, die verklaring dan toch, om daarop beroep te kunnen doen, volgens de bepaling van art. 383 van het Wetboek van Koophandel, binnen vier en twintig uren zou moeten zijn afgelegd, hetgeen niet is geschied;

dat immers volgens de verklaring de prauw in den nacht van 6 op 7 December tegen middernacht aan den Boom in de Westergracht is gearriveerd, en de opvarenden omstreeks drie uur 's nachts hebben bespeurd, dat de prauw lek was, terwijl de verklaring eerst op 8 December, dus meer dan 24 uren daarna, is afgelegd;

dat eindelijk, al waren de fei ten, welke in de verklaring vermeld zijn, waarvan door gedaagde het getuigenbewijs wordt aangeboden, juist, die feiten eigen schuld van de opvarenden aantoonen, zoodat een beroep op overmacht (och zou zijn uitgesloten;

dat de opvarenden, niettegenstaande zij volgens de verklaring en de door gedaagde te bewijzen aangeboden feiten, om 1 1 uur 's avonds met de prauw tegen een hard voorwerp onder water zouden hebben gestooten, eerst om 3 uur 's nachts, dus 4 uren later, hebben bespeurd, dat de prauw lek was;

dat, wanneer de prauw inderdaad om 11 uur tengevolge van een stoot op een hard voorwerp lek gesprongen is, de opvarenden geen wakend oog op de prauw hebben gehouden, daar zij anders zonder eenigen twijfel de lekkage eerder dan 's nachts 3 uur hadden moeten ontdekken, vooral ook daar de prauw, volgens de verklaring, tegen middernacht aan den Boom in de Westergracht gearriveerd is en van middernacht tot 's nachts 3 uur bij den Boom stil is blijven liggen ;

dat, indien een van de naden van de romp der prauw 's avonds om 11 uur lek gesprongen is, de opvarenden b'ijkbaar in het geheel niet op de prauw en hare lading hebben gelet, wanneer zij eerst 4 uren later iets van dat lek hebben gemerkt;