is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het feit dat eischer houder is dier orderbriefjes doet niets af voor dit bewijs.

Tjioe Tjoeng Hong, appellaat, comp. bij den adv. en proc. Mr. Th. A. Ruijs, contra

De Wees-en Boedelkamer te Makasser qq. curatrice in den faillieten boedel van wijlen D. B. Weijergang, geintimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. P. Maelaine Pont.

HET HOOG GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten overnemende de uiteenzetting daarvan vervat in het tusschen de partijen op 2 Februari 18.37 door den raad van justitie te Makasser gewezen vonnis, waarbij de incidenteele eisch ten deele is toegewezen, mitsdien aan de eischeresse is toegestaan door getuigen te bewijzen:

lo. dat de gedaagde met wijlen den lieer Ü. B. Weijergang te Makasser, aldaar handel gedreven hebbende onder de firmabenaming J. G. Weijergang en Zoon, in handelsbetrekking heeft gestaan ;

2o. dat de betrekkelijke orderbriefjes hun oorsprong danken aan handelstransactiën;

verder is verstaan dat dit verhoor zal plaats hebben ter terechtzitting van dien raad van Woensdag 30 Maart 1887; en eindelijk het anders of meerder gevorderde is ontzegd met. reserveering der kosten tot aan de eindbeslissing;

Eu wijders:

O. dat de gedaagde zich met deze uitspraak bezwaard gevoelende, daarvan is gekomen in hooger beroep en als eisch in appel heeft aangevoerd :

dat de geintimeerde, eerst eischeresse, bij dagvaarding en conclusie van eisch van den appellant, eerst gedaagde, betaling heeft gevorderd van eene som van ƒ 8187.75, welk bedrag de