is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgestelde wrakingen van de getuigen Tan Keng en The Hok ongegrond te verklaren en te verwerpen, en mitsdien aan den raad van justitie te Makasser dan wel aan den Resident van Menado op te dragen die getuigen te hooren, dan wel subsidiair, voor het onverhoopte geval dat het Hof hetzij beide, hetzij ééne der wrakingen gegrond mocht oordeelen, de in plaats dier getuigen door geintimeerde voor te brengen andere getuigente hooren, met bepaling dat de meest gereede partij zich tot gemelden raad dan wel tot gemelden Resident zal hebben te wenden tot bepaling van plaats, dag en uur, waarop het verhoor zal nr oeten plaats hebben, en met bepaling wijders dat door den raad van justitie te Makasser dan wel door den Resident van Menado, tegelijk met de bovengemelde get uigen Tan Keng en The Hok, ook de aan appellant aangezegde dcch op 8 Mei 1890 voor den Secretaris van Menado niet verschenen getuigen zullen worden gehoord, alles met veroordeeling van appellant in de kosten van dit incident;

O. dat de appellant daarop bij conclusie van antwoord incidenteel heeft in 't midden gebracht:

dat ten onrechte door geintimeerde wordt btweerd dat het in strijd met de wet zoude zijn dat eene wraking wordt voor. gesteld nadat de getuige den eed heeft afgelegd;

dat de artt. 178 tn 202 Rechtsvordering alleen voorschrijven dat de wraking vóór het afleggen der getuigenis moet worden voorgedragen, doch geheel in het midden laten of zulks moet geschieden vóór of na de beëediging;

dat het echter doelmatiger voorkomt den getuige eerst te doen beëedigen, omdat er alsdan meer waarborgen zijn dat, hij de naar aanleiding der wraking tot hem gerichte vragen naar waarheid beantwoordt;

dat ten aanzien der voorgestelde wrakingen appellant zich wenscht te refereeren aan 's Hofs oordeel;

dat appellant er geen bezwaar tegen heeft dat, indien de wrakingen worden aangenomen, alsnog een nadere termijn worde verleend tot het hooren van andere getuigen alsmede van de niet verschenen getuigen;