is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat volgens art. 13 B. W., wanneer aan de registers van den burgerlijken stand eene acte ontbreekt, dit grond oplevert tot aanvulling dier registers, zoodat behoort te worden nagegaan of werkelijk aan de registers van geboorte van den burgerlijken stand te Batavia eene acte als ten rekeste bedoeld, ontbreekt;

O. dat zoowel volgens art. 4 B. W. als volgens art. I van liet Reglement op liet houden der registers van den burgerlijken stand voor de Europeesche en daarmede gelijk gestelde bevolking in N. I. (Staatsblad 1849 no. 25) in IN". I. voor Europeanen en daarmede gelijk gestelde personen registers bestaan voor de inschrijving van geboorten, en deze bepalingen dus volgens art. 109 al. 1 R. R. niet gelden voor inlanders of met hen gelijk gestelden;

dat alzoo alleen dan, wanneer Pierre of Piet Demmeni moet geacht worden tot de eerstbedoelde categoriën van personen te behooren en de gestelde feiten dat bij te Batavia geboren en van die geboorte geene acte opgemaakt is waar zijn, er sprake kan zijn van het ontbreken zijner geboorteacte;

O. ten aanzien van het eerste, dat gesteld is dat het bedoelde kind door H. Demmeni buiten huwelijk verwekt is bij eene inlandsche Christen vrouw, volgens den voogd Bruijns, Christina Ramers, zoodat het kind ook tot de inlandsche bevolking behoort, tenzij mocht vaststaan dat een Europeaan het op wettige wijze als het zijne erkend heeft;

O. dat beweerd wordt dat zulks geschied zoude zijn door wijlen den genoemden Generaal Majoor H. Demmeni en wel bij diens testament op den 2den October 1877 sub no. 2 voor den destijds te Buitenzorg resideerenden notaris P. 0. Simon en getuigen verleden;

dat in dat testament de testateur twee bedragen onder bewind van de daartoe aangewezen personen stelt en wel het eene bedrag om uit de interessen daarvan zijne beide oudste kinderen en het andere om uit de interessen daarvan zijne vier jongste kinderen te onderhouden en op te voeden en vervolgens verklaart: „Ik benoem mijne kinderen (die alsdan met name genoemd worden, waaronder in de vijfde plaats Pierre) tot mijne universeele erfgenamen";