is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor Inlanders en den beklaagde op dien grond daaraan schuldig verklaard en te dier zake tot straf heeft veroordeeld;

O. toch dat de bedoelde wetsbepaling, gelijk de geheele §, waartoe zij behoort, slechts betrekking heeft op kinderen in den ineer beperkten zin des woords, zijnde dan ook die bepalingen voornamelijk gericht tegen het misdrijf van verduistering van staat;

dat echter het wegvoeren van minderjarigen, gelijk de hier bedoelde jongelingen van ± 15 en 16 jaren oud, elders en wel in art. 270 van hetzelfde wetboek is strafbaar gesteld, doch alleen indien dit geschiedt door bedrog of geweld ;

dat dit laatste in het onderhavig geval bij de vermelde acte den beklaagde niet is ten laste gelegd, daarin toch niet alleen van geweld niet de rede is, maar ook evenmin is gesteld dat het voorstel van den beklaagde, door hetwelk hij de vrouw, onder wier hoede die jongelingen zich bevonden, wist over te halen om ze voor eene reis van twintig dagen naar Seinarang aan hem raedetegeven, bedriegelijk was, doch slechts dat hij later aan zijne overeenkomst om ze ook terug te brengen niet heeft voldaan;

O. dat alzoo het den beklaagde ten laste gelegde, zooals dat in de acte van terechtstelling, door welker posita de rechter is beperkt, is geformuleerd, noch misdrijf noch overtreding vormt, en mitsdien de beklaagde te dier zake behoort te worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

Gelet enz.;

Rechtdoende,

Vernietigt het vonnis door den landraad op den 15den Juli jl. tegen den beklaagde gewezen;

Ontslaat hem ter zake van het hem ten laste gelegde van alle rechtsvervolging;

Beveelt zijne onmiddellijke in vrijheidste'ling ten ware hij om andere redenen in verzekerde bewaring behoort te blijven ;

Verstaat dat de kosten van het geding in beide instantiën zullen komen ten laste van het Land.