is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening en verantwoording verschuldigd zijnde, kunnen die niet rauwelijks van elkander vragen, doch slechts ter gelegenheid van eene aanhangig gemaakte vordering tot scheiding en deeling.

Mak Tong, appellant, comp. bij den adv en proc. Mr. A. H. du Mosch, contra

Oeij A King, geïntimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. D. Fock.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Met betrekking tot de daadzaken, overnemende het exposé daarvan, vervat ^in het vonnis door den raad van justitie te Padang op 1 Augustus 1889 gewezen tusschen den thans appellant, als eischer en opposant, en den geintimeerde, als gedaagde en geopposeerde, waarbij eerstgenoemde, met ontzegging van den in verzet zoo primair, als subsidiair gedanen eisch en veroordeeling van hein in de kosten des gedings — kwaad opposant verklaard is tegen het vonnis van gemelde rechtbank, dd. 21 Juni 1888, waartegen verzet; zijnde de oorspronkelijk gedaagde (defaillant) bij laatstgemeld vonnis in substantie veroordeeld, om van het beheer door hem in de ten processe bedoelde maatschap gevoerd, rekening en verantwoording te doen aan den eischer (thans geintimeerde);

En wijders:

O. dat de opposant zich met voorschreven uitspraak van 1 Augustus 1889 bezwaard achtende, daarvan is gekomen in hooger beroep en zijne grieven als volgt heeft omschreven:

lo. dat de rechter a quo ten onrechte:

a. heeft verworpen de voorgestelde exceptie van nietigheid

van dagvaarding; h. heeft beslist, dat geintimeerde alléén de actie, waarvan door hem gebruik is gemaakt tegen appellant, kon instellen;

2o. dat geintimeerde in zijn eigen sijsteem geen belang bij