is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80. dat het bedrag niet bepaald is tot hetwelk het vonnis bij lijfsdwang executabel zal zijn ;

dat aangaande deze acht middelen wordt opgemerkt, dat zij allen zijn verwerkt, daar art. 85 B. Rv. leert, dat het exploit van verzet de middelen van partij summierlijk moet behelzen, en derhalve geen middelen van verzet tegen de bij verstek toegewezen vordering onderzocht mogen worden dan die, welke in dat exploit vermeld zijn ;

dat de appellant dit ook wel weet en daarom behendiglijk deze middelen van verzet tracht binnen te smokkelen door ze deels te doopen „nieuwe gronden voor de in eersten aanleg voorgebrachte weer, dat de oorspronkelijke vordering onrechtmatig en ongegrond was" en ze deels door te doen gaan als grieven tegen het vonnis, doch deze kunstgreep hem niet kan baten, daar de bewering „dat de vordering onrechtmatig en ongegrond is", hoegenaamd niets weg heeft van een rechtsmiddel, doch eene juridische raeening, eene uitspraak is, tot welke men geraken kan op grond van een of ander middel, — terwijl bijv. de exceptio plurium, dilatoire excepties en die point d'intérêt en de overige hierboven genoemde geen rechtsgronden, doch zuivere rechtsmiddelen zijn, al qualificeert de appellant ze ook als „gronden voor weren";

dat bij voorbeeld een vonnis, waarbij eene actie niet ontvankelijk verklaard werd op grond van eene niet voorgestelde exceptio plurium of dilatoire weer, vernietigd zou moeten worden, daar alsdan geen rechtsgrond, maar een rechtsmiddel zoude zijn aangevuld ;

dat, voor het geval de appellant, hoezeer ten onrechte, mocht willen demonstreeren, dat deze acht middelen dan wel enkelen hunner behooren tot die, welke voor het eerst in appel gemoveerd kunnen worden als behoorende tot de bij art. 344 al. uit. B. R. bedoelde, er nu reeds op gewezen wordt, dat art. 344 B. R. ziet op het meest voorkomend geval van gewone appelzaken, doch het in casu geldt een appel van een vonnis in een verzetzaak tegen een verstekvonnis gewezen, hoedanige procedure geheel beheerscht wordt door art. 85 B. R.;