is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fezrsouxt.A.ILI.A..

Bij besluit van 7 November 1890 110. 28 is Mr. A. L. S. Meilink, bij resolutie van den Minister van Koloniën van 1 Augustus 1890, Lett. D, uo. 19 gesteld ter beschikking van den Gouverneur-Generaal van Nederlandscb-Indië om in rechterlijke betrekkingen te worden geplaatst, gesteld ter beschikking van den Voorzitter van den landraad te Buitenzorg, ten einde te worden belast met griffierswerkzaamheden bij die rehtbank.

Bij besluit van 12 November 1890 no. 20 zijn Mr. A. van Iperen en Mr. J. C. Heijning, bij resolutie van den Minister van Koloniën van 1 Augustus 1890, Lett. D. no. 19, gesteld ter beschikking van den Gouverneur-Generaal van NederlandschIndië om in rechterlijke betrekkingen te worden geplaatst, gesteld ter beschikking, respectievelijk van den Voorzitter van den landraad te Kraksaan (Probolinggo) en van den Voorzitter van de landraden te Koedoes en Japara, ten einde te worden belast met griffierswerkzaamheden bij die rechtbanken.

Bij besluit van 21 November 1890 no. 1 is de ambtenaar op non-activiteit, laatstelijk benoemd Voorzitter van den landraad te Sidhoardjo (Soerabaja), Mr. H. L. E. de Waal voor den tijd van een jaar of zooveel korter als zal blijken voldoende te zijn, benoemd tot buitengewoon Voorzitter van de landraden te Bondowoso en Djember (Besoeki).

Bij besluit van 25 November 1890 no. 24 is benoemd tot Substituut-Griffier bij den raad van justitie te Padang Mr. J.