is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komsfig ook werkelijk heeft plaats gehad, daar is niet ingebracht en behoefde niet ingebracht te worden al wat bij die omschrijving niet is opgenoemd of tot het opgenoemde kan gerekend worden.

In casu behoorden dientengevolge tot dien inbreng niet de tot en met ultimo December 1886 gekapte en van den grond gescheiden djatieboomen, welke niet kunnen gerekend worden tot den tot de landen behoorenden vasten en lossen inventaris, dan wel de daarop aanwezige vaste en losse goederen tot het land behoorende 256

Contra-enquete. — Vooraf daarvoor gepraeciseerde feiten.

Waar de enquete strekte om te bewijzen dat aan eischer schade veroorzaakt is door eene daad van gedaagdes dienstbode, kunnen als tegenbewijs gelden daadzaken, waaruit kan blijken dat die schade veroorzaakt is door daden van den eischer zei ven, al zijn die ook anderen dan waarover de enquete geloopen heeft.

De tegenpartij mag vooraf de feiten praeciseeren, waardoor zij tegenbewijs wil leveren 307

Kwaliteit. — Onduidelijkheid omtrent den persoon des aanleggers. — Niet ontvankelijkheid.

De dagvaarding uitgebracht namens een persoon, als beheerder van den boedel van eenen met name genoemden overledene, dan blijkt daaruit dat niet die persoon in privé, maar in zekere kwaliteit de aanlegger is.

Uit de uitdrukking „beheerder eens boedels", zonder opgave wie de rechthebbenden op dien boedel zijn en uit kracht waarvan de aanlegger namens hen het beheer voert, is niet op te maken

wie de tegenpartij van den gedaagde is 316

EERSTE AANLEG.

RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA.

(Eebste Kameb).

HOOGER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE, (Eebste Kameb).

Tegenstrijdige belangen van twee gedaagden.—Berusting.—Veroordeeling in proceskosten.—Suppletoire eed.

Waar twee gedaagden tegenstrijdige belangen hebben, mag de een de met zijne belangen tegenstrijdige beweringen van den ander tegenspreken.

De rechter let slechts op den inhoud eener conclusie, niet op den naam daaraan gegeven.