is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den 1 Mei 1848. In de praktijk werkte het beginsel der gelijkstelling van alle Christenen met Europeanen dus nimmer.

De slotwoorden van art. 3, die het gevolg in herinnering brengen, verbonden aan het feit dat de inlandsche Christenen in hun rechtstoestand zouden blijven, drukken het denkbeeld zeer juist uit: „alle de in de nieuwe wetgeving omtrent de inlanders gemaakte bepalingen zullen ook op hen, inlandsche Christenen, toepasselijk zijn."

Welnu, die nieuwe wetgeving had alleen betrekking op het private recht.

We zien dus in 1848 als beginsel aangenomen: alle inlandsche Christenen zijn ten opzichte van hun privaatrechtelijken toestand gelijkgesteld aan Europeanen, maar tol dat dienaangaande nader zal zijn voorzien wordt de uitvoering, de werking van dat beginsel geschorst.

Nu wordt in 1854, ter voldoening aan den grondwettigen eisch, een wetsvoorstel ingediend tot vaststelling van een RegeeringsRegleraent, tot regeling van de publiekrechtelijke verhoudingen en daarin wordt voor het eerst een hoofdstuk opgenomen „Van de Ingezetenen." Wat doet nu de Regeering? Ze neemt de artikelen 7 en 8 Alg. Bep. geheel over en voegt hieraan een zelfstandigen aanhef toe; den bestaanden privaatrechtelijken toestand der inlandsche Christenen consacreerende, wordt deze saamgesmolten met den publiekrechtelijken, wat volgt uit den aanhef van het Regeerings artikel : „De bepalingen van dit reglement, id est de regeling zuiver van publiekrechtelijken aard — en van alle andere algemeene verordeningen — id est èn die van publiekrechtelijken èn die van privaatrechtelijken aard, alle andere. Derhalve werd nu ook en wel speciaal door de uitdrukkelijke vermelding initio alinea 1 de publiekrechtelijke verhouding dier niet-europeesche Christenen geregeld.

De zeer sobere toelichting bepaalde zich tot de woorden, dat naar het oordeel der Regeering de beide artikelen 7 en 8 A. B. eene plaats behoorden te vinden in het Regeerings-Reglement. 1)

1) Kenchenius il p. 12 ad art. 97.