is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAFZAKEN.

—^ü3Er^—

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDEEL ANDSCH-INDIE,

(Eerste Kamer).

CASSATIE.

Zitting van 6 November 1890.

Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

Artt. 861 en 862 Inl. Regl. — Termijn voor memorie van cassatie. — Overtuigingsstukken.

Op eene memorie van cassatie cloor den veroordeelde ingediend na den termijn, bedoeld in att. 861 Inl. Regl., belioorl door den rechter gelet te worden, behoudens dat de afdoening der zaak door die late indiening geene vertraging mag ondergaan.

Tegen de beslissing wat tot stukken van overtuiging behoort, als van feitelijken aard, is geen cassatie toegelaten.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen li-t vonnis van den landraad te Soekaboemi dd. 23 Augustus 1890 gewezen, waarbij de beklaagde Tjeng Boen Tjiang, oud naar aanzien 23 jaren, geboren ter hoofdplaats Batavia, laatstelijk woonachtig ter hoofdplaats Soekaboeini, van beroep kassier bij den Chinees Lauw Tjeng Siang, pachter van het recht tot het houden van een pandhuis te Soekaboeini, is schuldig ver-