is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ie Soerabaja eenerziids en liet Hoog-Militair-Gerechtshof anderzijds, als hebbende de eerste den landraad onbevoegd verklaard om van de zaak kennis te nemen met verwijzing daarvan naar den militairen rechter, en de laatste verklaard, dat de burgerlijke rechter alleen bevoegd was, en mitsdien het geval aanwezig is, bedoeld bij art. 260, 2o. van het Reglement op de Strafvordering;

O. (T) toch dat de beschikkingen omtrent de terechtstelling van beklaagde inlanders en met hen gelijkgestelde!!, zooals die bij het Koninklijk Besluit afgekondigd in Staatsblad 1885 no. 81 zijn verordend en aan de bedoelde rechterlijke autoriteiten zijn opgedragen, het karakter dragen van rechtspraak;

dat zij toch in aard en strekking geheel overeenkomen met de vonnissen van terechtstelling in de strafrechtspleging voor de Europeanen bekend ;

dat zij zijn opgedragen aan de voorzitters der inlandsche rechtbanken, en zulks ook daar, waar dit voorzitterschap nog door administratieve ambtenaren wordt vervuld, speciaal in hunne rechterlijke funetién als presidenten, in tegenstelling van het vroeger vóór de invoering dezer verordening bepaalde, waarbij het beslissen omtrent die verwijzing was toegekend aan de residenten;

dat zij dan ook in die verordening steeds worden aangeduid met den naam van beschikkingen, zijnde de benaming in de wet algemeen voor rechterlijke uitspraken, vonnissen met ter openbare terechtzitting uitgesproken, in zwang;

dat den voorzitter steeds (art. 240£, 240c, 240e, I. R.) uitdrukkelijk is voorgeschreven die beschikkingen te motiveeren, hetwelk klaarblijkelijk op het voorschrift van art. 91 R. R. en 30 R. O. betreffende rechterlijke vonnissen terugwijst, en dan ook vóór de afkondiging der vermelde verordening, toen de verwijzing als administratieve handeling aan de residenten was opgedragen, niet ten vereischte was gesteld;

en dat eindelijk in het bij die verordening vastgestelde

(1) Zie ook het arrest in Deel XLVII pag. 400 sqq. van dit Tijdschrift.