is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 240/ van liet bovenvermeld Reglement aan liet IIoog-Gerechtshof de bevoegdheid is toegekend, om in bet belang eener goede rechtsbedeeling aan de bedoelde voorzitters ter zake dezer door ben genomene beschikkingen zoodanige aanmerkingen mede te deelen, als bet zal meenen te belmoren, zijnde dit toch geene andere dan de bevoegdheid in art. 157 R. O. verordend en daar als bier de rechtsbedeeling betreffende;

dat derhalve die beschikkingen niet anders zijn dan rechterlijke uitspraken, bij welke de eerste phase van het strafproces bij den landraad of de rechtbank van omgang wordt berecht;

O. dat nu onderzocht, moet worden of het Hoog-Gerechtshof bevoegd is van dit jurisdictie geschil kennis te nemen ; dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord ; dat. toch art. 162, 4o. R O. bepaalt, dat bet Hoog-Gerechtshof in eersten aanleg en tevens in het hoogste ressort kennis neemt van alle jurisdictie geschillen tusschen den burgerlijken en den militairen rechter, uitgezonderd wanneer bet geschil is ontstaan tusschen bet Hoog-Gerechtshof en bet HoogMilitair-Gerechtshof, in welk geval de Gouverneur-Generaal uitspraak doet omtrent de competentie;

dat nu dit artikel nog bestaat en niet, zooals de ProcureurGeneraal vermeent, door art. 83 van het Regeerings-Reglement is vervangen ;

dat immers art. 83 dit laatste niet bepaalt, en het evenmin uit zijn inhoud voortvloeit;

dat toch niet in dit artikel alleen gelezen wordt,, dat de beslissing van alle geschillen over bevoegdheid tusschen civiele en militaire rechters wordt overgebracht van bet Hoog-Gerechtshof naar den Gouverneur-Generaal, maar alleen, dat geschillen tusschen den burgerlijken en militairen rechter door den GouverneurGeneraal worden besl st, op den voet en de wijze bij het vorig artikel bepaald, dat is, in overeenstemming met den Raad van Nederlanasch Indië, en volgens regels bij algemeene verordening te stellen ;

dat bier alzoo geen sprake is van afschaffing en vervanging of wel wijziging van art. 162 R. O., maar alleen een het on-