is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zicht. gesteld? Eene zoodanige welke de regels zal bevallen, volgens tvelke de Gouverneur-Generaal zijne beslissingen zal nemen, maar niet eene zoodanige die het onderwerp, die competentie, zal regelen. En dat dit zoo is, blijkt ook nog o. a. uit de redevoering van het kamerlid Mr. Godefroi, bij gelegenheid der behandeling van het amendement van het lid Mr. van Eek op de tweede alinea van het tegenwoordige art. £2 van liet Regeerings-Reglement. Laatstgenoemde had namelijk voorgesteld uit deze alinea te doen vervallen de woorden: „door den Gouverneur-Generaal, in overeenstemming met den Itaad van Nederlandsch-Indië". Door de weglating van deze woorden zoude dus aan die algemeene verordening overgelaten worden om de macht aan te wijzen, welke die geschillen zoude beslissen. De Heer Godefroi, kon zich met dat amendement, dat dan ook ten slotte met 49 tegen 7 stemmen werd verworpen, niet vereenigen, omdat, zooals hij zeide, hij de zaak voor Indië niet onbeslist wilde laten door eene verwijzing naar later vast te stellen algemeene verordeningen; aan die verordeningen, zeide hij verder, kan de regeling van den vorm overgelaten worden, het vraagstuk der competentie moet hier heslist worden.

Ditzelfde moet in casu natuurlijk ook gelden voor art. 83; de competentie werd hier geregeld, de vorm zal bij de toegezegde algemeene verordening geregeld worden.

Nu staat het feit vast, dat die algemeene verordening nog niet tot stand gekomen is; mag men nu zeggen, aangezien de vormen door den Gouverneur-Generaal te volgen bij het nemen zijner beslissingen niet zijn voorgeschreven, bezit Hij ook de bevoegdheid niet ze te nemen, en is die bevoegdheid gebleven bij de autoriteit, bij wie ze vroeger was? Deze redeneering zal men toch inoeielijk kunnen volgen. In beginsel vastgesteld zijnde, dat de Gouverneur-Generaal de competente autoriteit is, zal deze zelf moeten beoordeelen welke vormen daarbij in acht genomen moeten worden; in elk geval ligt het niet op den weg van het Hof of op dien van welk ander college of welke andere autoriteit ook, om te beoordeelen of de Gouverneur-Generaal reeds weten kan welke voimen door Hem moeten opgevolgd worden.