is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij art. 83 R. R. is, behalve dat het de» modus quo der beslissingen overlaat aait eene nog verwachte algeraeene verordening, ook nog als beginsel aangenomen dat de GouverneurGeneraal bij het nemen zijner beslissingen ten deze inoet handelen in overeenstemming met den Raad van Nederlaudsch-Indië. Dit beginsel staat vast en is niet raeer afhankelijk van eene latere algemeene verordening. Hoe nu, wanneer de Gouverneur-Generaal nog krachtens art. 16 2 R. O. bevoegd zoude zijn geschillen tusschen het Hoog-Gereclitshof en het Hoog-Militair-Gerechtshof te beslissen? In dit artikel is in het geheel geen sprake van den Raad van X. 1., zelfs niet dat deze gehoord moet worden, veel minder dus dat er overeenstemming moet bestaan tusschen den Gouverneur-Generaal en dat college. Wel blijft de Gouverneur-Generaal krachtens al. 1 van art. 28 R. R bevoegd het advies van den Raad, ook in zaken als de onderwerpelijke, in te winnen, doch de verplichting bestaat daartoe niet volgens de R. O.

De vraag is dus gerechtvaardigd of, wanneer art. 162 R. O. alsnog van kracht moet worden beschouwd, de GouverneurGeneraal de geschillen tusschen de beide opperste rechtscolleges raag beslissen geheel buiten de Raad van Indië om?

Eindelijk doet het Hof nog beroep voor de juistheid zijner uitlegging op art. 132 R. R.; hier kan natuurlijk slechts bedoeld zijn de eerste alinea van dat artikel, waarbij bepaald is, dat alle op het tijdstip der in werking treding van het RegeeringsReglement verbindende wettelijke verordeningen, reglementen en besluiten gehandhaafd worden, totdat zij door anderen zijn vervangen.

Dit artikel zet echter, naar het ons voorkomt, geen kracht bij aan 's Hof uitlegging; immers het kan onmogelijk slaan op die wettelijke verordeningen, welke door het Regeerings-Reglernent zelve vervangen zijn, maar op die verordeningen, reglementen en besluiten, waaromtrent het Regeerings-Reglement geene regelingen bevat; het artikel houdt ook voornamelijk verband met art. 24 van hetzelfde Reglement.

Men lette op de konsekwentie der door ons als onjuist

I/VI 10