is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is bepaald. Zij kunnen — voor zooveel de plaatsruimte toelaat — in de hospitalen voor Europeanen worden opgenomen.

Co. De inlandsche Christenen behooren tot de rechtsmacht der landraden en rechtbanken van omgang. In geval van schuldigverklaring, worden zij gestraft overeenkomstig de bepalingen en wetten, die zijn vastgesteld voor den landaard, wier kleeding zij dragen. Zij ondergaan hunne straf in de gevangenissen, die voor den overeenkomstigen landaard bestemd zijn. In de inlandsche gevangenissen moet hun een afzonderlijk lokaal worden aangewezen.

'Io. De inlandsche Christenkinderen mogen, voor zooveel de plaatsruimte toelaat, de Europeesclie scholen bezoeken, op den voet van en onder dezelfde voorwaarden als de kinderen der Europeesclie bevolking.

80. De- inlandsche Christenen, die ambtenaren zijn, mogen desverkiezende deel nemen aan het pensioenfonds, op den voet en de wijze als voor Europeanen is vastgesteld.

Met zulk eene door den heer van Nunen voorgestelde regeling kan ik mij niet vereenigen, primo omdat ze alleen verandering beoogt meer in den maatschappelijken dan in den rechtstoestand der inlandsche Christenen, secnudo omdat ze den rechtstoestand van andere oostersche Christenen, die niet tot de inheemsche bevolking behooren, onaangeroerd laat, tertio en vooral omdat ze niet ver genoeg gaat, qucirto omdat ze geen stelsel bevat.

Onbegrijpelijk is het, dat eene handhaving van alinea 4 van art. 109, door mij hierboven breedvoerig ontwikkeld, in het voorstel sub 3o. uitdrukkelijk wordt aangenomen, en dat die handhaving van den heer van Nunen emaneert. Immers juist ddarin ligt de cardo quaestionis. Door ditt voorstel sub 3o. zou er in den rechtstoestand van den inlandschen Christen niet de minste wijziging worden gebracht en dit schijnt den geachten afgevaardigde ontsnapt te zijn. Juist heeft men in 1854 de vierde alinea, punt 3 van van Nunen's grondslagen, opgenomen om den inlandschen Christen toch vooral inlander te laten, publiek- en privaatrechtelijk, en juist is die alinea de nadere meer gedetailleerde uiting van het beginsel der vorige alinea's, die