is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de knevelarijen van sommige landeigenaren opgekomen en het Plakaat van 31 December 1 778 voorbereid.

In het verslag dier vergadering toch leest men, nadat de Gouverneur-Generaal zich o. a. ook over knevelarijen van sommige landeigenaren had uitgelaten: „om daarin een formeel „redres te maken bij placcat alle servituten dienen af te schaffen „en nog voor particulieren den armen javaan (1) eenigen last „opleggen zolder betaling, behalve de van oudsher in usantie „geweest en gebleven zijnde Heerendiensten van een dag in de „week, die zonder misnoegen niet welvoegelijk zou kunnen „worden afgeschaft".

Hierna verscheen het voorgenomen plakkaat van 31 December 17 78.

In het hoofd van dit plakkaat leest men :

„Na de maal de Hooge Regeering dezer landen niets meer „te herte neemt dan den welvaart dezer Colonie, en voor de „voornaamste grondzuil van deselve gehouden dient te worden „den landbouw, zo is om de eigenaren der landerijen te ani„raeren tot voortzetting van den landbouw en den gemeenen „javaan van alle willekeurige servituuten te obereren op den „löden September en 2 October jongstleden in den Raade van „Indië besloten te ordonneren en te statueren, gelijk wij ordonneren en statueren bij deezen.

„Eersteljk dat alle servituten hetzij door oude usantien of gewoonten, of sub en obreptief ingevoert van wat natuur en aard „deselve ook mogen zijn, die tot lasten van den javaan strekken, „eens voor al afgeschaft zullen moeten blijven, zo als wij dezelve

(1) N.B. Schrijver cursiveert in dit artikel. Er wordt hier alleen van den javaan in 't algemeen, van den persoon, gesproken. De persoon was en zou blijven heerendienstplichtig op de landerijen, gelijk in art. 26 van Staatsblad 1836 no. 19 bevestigd is. Trouwens op do tegenwoordige Bantamscke Gouvts. gronden bestaat de persoonlijke heerendienst van ouds af nog, zelfs, naar verklaard wordt van vóór den tijd af, dat wij Bantam veroverd hadden. De Compagnie kreeg bij hare verovering van Jaeatra een geheel ontvolkte streek in bezit en kon dus bovendien van meet af aan elke regeling invoeren welke zij verkoos.