is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op die gronden heeft geconcludeerd, dat zij veroordeeld zoude worden, oim die goederen, voorzoover zij die in bezit heeft doen neuien, weder af en over te geven aan de bewaarders, aan welke zij ontnomen zijn en verder zooals in die conclusie staat vermeld;

dat de gedaagde daarop geantwoord heelt, dat Lira Tjong Hien haar bij acte van oogitverband de dato 28 Mei 1889 dit recht had verleend op de zich op de landen Pekadjangan en kampong Lirno bevindende suikeronderneming op den voet, omschreven in het Koninklijk Besluit van 24 Januari 1886 no. 22, Indisch Staatsblad 1886 no. 57 en op dezen grond verzocht heeft dezen Chinees in vrijwaiing te mogen oproepen, daar hij het oogstverband zonder eenige beperking verleend had en er dus ook voor moest instaan, dat zij dit rustig en onaangevochten kan uitoefenen;

Ü. dat dit verzoek is toegestaan bij 's Ilaads vonnis de dato 30 Augustus 1889, maar gedaagde den haar daartoe verleenden termijn heeft laten voorbijgaan, zonder dien Chinees in vrijwaring op te roepen, en zich bij conclusie van antwoord tegen de vordering heeft verweerd, en die daarbij, onder erkenning van de gestelde feiten, ten principale bestreden heeft, zulks echter na eerst de drie volgende middelen van niet ontvankelijkheid te hebben opgeworpen:

le. dat op den 29 Juni 1889, toen zij de goederen in bezit nam, daarop geen wettig beslag meer rustte, daar het daarop den 18 Mei te voren door eischer gelegd beslag van rechtswege vervallen was, omdat de goederen, gelijk art. 466 van het Reglement van burgerlijke rechtsvordering vordert, niet binnen dertig dagen na den dag der inbeslagneming waren verkocht;

2e. dat eischer bij de toewijzing der ingestelde vordering geen belang meer had, daar de door hem in beslag genomen goederen op 3 Juli daaraanvolgende door Khouw Oen Tek en Khouw Oen Djoe in pandbeslag waren genomen en op den 12 en 13 Augustus daaraanvolgende publiek verkocht zijn, zoodat van dat oogenblik af de koopers dier goederen daarbij de eenige belanghebbenden zijn geworden;

8e. dat hij in elk geval de vordering had verwerkt, omdat hij — en dit wel zonder eenige reserve — een deel der opbrengst