is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

producten alleen, en dat het dus niet uit zijn aard ondeelbaar en ook van rechtswege gevestigd is op de andere bij de wet vermelde objecten, ook zonder dat deze genoemd zijn; en dat er dus een oogstverband kan zijn in ruimeren en engeren zin, waarvan het eerste al de objecten omvat in art. 1 opgenoemd en het tweede slechts de producten, als ook dat dit woord in art. 4 in den laatst vermelden zin moet worden opgevat, slechts dit geldig verklaart en alleen de bevoegdheid regelt om een oogstverband op producten te verleenen, maar geheel onbeslist laat welke bevoegdheid men hebben moet ten aanzien van de andere te verbinden objecten om ook op deze oogstverband te verleenen, en dat er gevolgelijk een oogstverband verleend kan worden geldig ten aanzien van het eerste en ongeldig (en aanzien van het andere;

dat dus, nu deze bepaling het onderwerpelijke geval niet regelt en ook daaromtrent geen andere bijzondere bepaling bestaat, terecht in het gemeene recht de oplossing daarvan gezocht is;

O. dat dan ook alles wat gedaagde tot staving van hare bewering aanvoert, gemakkelijk te wederleggen is; dat een beroep op art. 11 haar niet kan baten; dat hierbij toch den oogstverbandhouder de bevoegdheid is gegeven om zich tijdelijk, met uitsluiting van alle andere schuldeischers, in het bezit te stellen van de daar bij alinea 2 genoemde voorwerpen, en daaronder, waarop het hier aankomt, van de werktuigen, gereedschappen, vervoermiddelen, trekdieren en wat dies meer zij ;

dat echter duidelijk is, dat men, om dit recht te hebben, ook oogstverband moet hebben op de bij art. 1 genoemde onderneming en inrichtingen onder welke genoemde voorwerpen begrepen worden;

dat dit nu hier stilzwijgend aangenomen wordt, terwijl het juist door eischer ontkend wordt, die het oogstverband op de producten onaangevochten latende, alleen beweert, dat op die voorwerpen geen oogstverband kon gevestigd worden en dus ook nooit daarop gerust heeft;

dat dan ook aan de woorden „met uitsluiting van alle schuld-