is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischers" niet die beteekenis moet gehecht worden, die de gedaagde daaraan hecht, maar daarmede alleen bedoeld worden de schuldeischers, die na het vestigen van het oogstverbaiul hunne rechten zouden willen doen gelden, maar niet die welke daarvan reeds gebruik hebben gemaakt;

dat het beroep op art. 4 alinea 1 hierboven reeds weerlegd is; dat het beroep op art. 19 ook onjuist is; dat dit juist zoude zijn indien, gelijk de gedaagde beweert, er uit volgde, dat oogstverband kan verleend worden op in beslag genomen onroerende goederen;

dat er echter juist het tegendeel uit volgt, en gedaagde alleen tot hare onjuiste gevolgtrekking is kunnen komen, door verkeerdelijk aan te nemen, dat er reeds een wettig of geldig beslag zoude zijn vóór de openbaarmaking daarvap, en dat, terwijl juist hierbij in overeenstemming met art. 507 der Burgerlijke Rechtsvordering bepaald wordt, dat het eerst van dien termijn af geldig zal zijn ;

dat dan ook integendeel juist dit artikel eerder een argument tegen gedaagdes meening oplevert omdat, al zij er nu van beslag op roerende zaken geen melding gemaakt, eene analogische toepassing van het beginsel ook daarop voor de baud ligt; dat ook een beroep op art. 16 niet kan baten; dat hier bepaald wordt, dat oogstverband inbreuk maakt op het recht van hijpotheek, maar dit niet ter zake doet, daar er wel niet aan getwijfeld kan worden, dat een eigenaar, wiens onderneming met hijpotheek bezwaard is, daarop oogstverband kan verleenen, omdat hij nog de beschikking over en het gebruik van de verhypothekeerde zaak heeft, en er in het ouderwerpelijke geval geen oogstverband op de in beslag genomen voorwerpen bestaan heeft, omdat de verbandgever niet tot het verleenen daarvan bevoegd was;

dat de bewering, dat de eischer eerst de vernietiging dan wel nietig verklaring van de acte van oogstverband had moeten vragen, eveneens onjuist is;

dat toch gelijk boven is betoogd, de acte geldig kan zijn ten aanzien van het zakelijk recht op de producten verleend,