is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en op die gronden heeft geconcludeerd, dat het den raad moge behagen de eischeres met hare vordering niet ontvankelijk te verklaren, immers haar die in ieder geval te ontzeggen met veroordeeling van eischeres in de kosten des gedings;

O. dat partijen hierop de zaak bepleit en recht op de stukken hebben gevraagd;

Ten aanzien van het recht,

O. dat omtrent de feiten tusschen partijen geen verschil bestaat en alzoo rechtens vaststaat, dat gedaagde, gebruik makende van de bevoegdheid, hem verleend bij acte voor den notaris Pieter Herklots te Bandong op 22 Maart 1888 onder no. 5 verleden, bij onderhatidsche volmacht van 5 December 1888 den heer Arend Florentinus Schultz in zijne plaats heeft gesteld, om de overschrijving van het blijkens acte van 9 November 1875 sub no. 26 voor het bestuur der residentie Preanger Regentschappen verleden, aan Nio Sioe Boen in eigendom toebehoorende en bij bovengenoemde notariëele akte door dezen aan gedaagde, met recht van wederinkoop, verkochte perceel te diens name te bewerkstellingen, en dat met gebruikmaking van die substitutie, de overschrijving van het perceel op naam van gedaagde op den 7 December 1888, dat is op den dag, op welken bij het vonnis van faillietverklaring de aanvang van het faillissement van Nio Sioe Boen is bepaald, door den heer Schultz is bewerkstelligd, terwijl op het tijdstip der overschrijving zoowel gedaagde als de heer Schultz onbewust waren van den staat van faillissement van Nio Sioe Boen;

O. dat eischeres, om hare vordering te rechtvaardigen, uit die feiten in de eerste plaats heeft aangevoerd, dat ingevolge de bepaling van de 4de alinea van art. 181 3 Burgerlijk "Wetboek lastgeving eindigt door den staat van faillissement van den lastgever en de heer Schultz alzoo ten tijde der overschrijving de macht en bevoegdheid daartoe miste, waartegen door gedaagde in het midden is gebracht:

le. lastgeving eindigt wel is waar door den slaat van faillissement des lastgevers, doch op den 7 December 1888, toen de overschrijving plaats had, waren lasthebber en gesubstitueerde