is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zitting van 30 Januari 1891.

Voorzitter: Mr. A. Stibbe Lzn.

CoNTRA-ENQUETE. VOORAF DAARVOOR gepr AECISEERDE FEITEN.

Waar de enquete strekte om te bewijzen dat aan eisclier schade veroorzaakt is door eene daad van gedaagdes dienstbode, kunnen als tegenbeiciis gelden daadzaken, waaruit kan blijken dat die schade veroorzaakt is door daden van den eisclier zelven, al zijn die ook anderen dan tcaarover de enquete geloopen heeft.

De tegenpartij mag vooraf de feiten praeciseeren, waardoor zij tegenbewijs wil leveren.

Gr. E. van Olden, eisclier, comp. bij den adv. en proc.

Mr. R. Tj. Mees, contra

Lie Eng Tek, gedaagde, comp. bij den adv. en proc. Mr. Th. A. Ruijs.

DE RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken ;

Ten aanzien der daadzaken, overnemende het exposé daarvan vervat in het tusschen partijen door dezen raad op 21 Februari 1890 gewezen vonnis, waarbij, met verleening van acte waarvan acte is gevraagd, alvorens ten principale uitspraak te doen, de eischer is toegelaten door getuigen te bewijzen :

lo. dat op 6 Mei 188 9 des namiddags ten ongeveer half twee ure de inlander Sarkain, rijdende met gedaagdes dos-a-dos, door verkeerd uit te wijken op den weg van Cheribon naar Kalitandjoeng ter hoogte van de dessa Kangraksan, eischers voertuig heeft aangereden en daartegen is aangekomen met dusdanig gevolg, dat de boom van gedaagdes dos-a-dos in den hals van eischers paard is doorgedrongen en dat dier dermate heeft ge-