is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priester als zoodanig in den landraad zitting moet nemen, en naar de betrekkelijke godsdienstige of andere wetten of gebruiken zijn gevoelen uitbrengen, wanneer een der beklaagden een Oosterling is, de Moliamedaansche godsdienst belijdende;

dat derhalve het zitting nemen van eenen Mohamedaanschen priester als adviseur in eene strafzaak, waarin een niet Mohaïnedaan als eenige beklaagde terecht staat en het uitbrengen van een advies door zulk eenen priester nopens de schuld van dien beklaagde, is tegen de wet;

dat verder ingevolge het slot van dat wetsartikel het door zulk eenen adviseerenden priester uit te brengen advies strekken moet, opdat daarop bij het doen der uitspraak worde gelet, en alzoo om op het oordeel des rechters invloed uit te oefenen;

dat alzoo door het uitbrengen van dat advies in het onderhavig geval, waar de wet het niet veroorloofde, op eene met de wet strijdige wijze invloed kan zijn uitgeoefend op de beslissing des rechters nopens de schuld of onschuld van den beklaagde;

O. dat hierdoor het wezen der strafprocedure, welke toch bovenal ten doel heeft den rechter zoo onbevangen en volledig mogelijk over de schuld of onschuld van een beklaagde te laten oordeelen, ten sterkste is aangetast, en eene dergelijke uitbreiding van een harer vormelijke voorschriften, waardoor het werkelijk in de wet verordende geheel wordt overschreden en dit alzoo in zijne wettelijke beperking niet wordt opgevolgd, dus geacht moet worden een verzuim van dien wettelijken vorm uit te maken, hetwelk het wezen dier procedure zoozeer infirmeert, dat het essentiëele nietigheid moet medebrengen ;

O. dat hiertegen niet kan worden ingeroepen het bepaalde bij de 3e alinea van art. 92 van het Reglement op de rechterlijke organisatie, houdende dat tot het wettiglijk houden van den landraad ook wordt vereischt de tegenwoordigheid van den hoofdpanghoeloe of den priester, die dezen vervangt als adviseerend lid, daar toch de bepalingen voorkomende in de speciale voorschriften van dat reglement nopens de landraden niet uit haar wettelijk verband gerukt, maar slechts in verband inet de algemeene voorschriften van dat reglement behooren te worden