is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.heeft gemaakt dat zij „voorwaardelijk" op de lijst van erkende crediteuren is gebracht, namelijk onder voorwaarde dat de eeden uitgezworen zouden worden;

dat neemt men dit niet aan, art. 809 K. niets beteekenen zoude;

dat vermits ieder paratus ad litem moet wezen, hij die met onvoldoende volmachten gewapend, zich bereid verklaart op een in overleg met hem zeiven vastgestelden termijn een eed af te leggen, geacht moet worden niet te zijn verschenen en geweigerd te hebben den eed af te leggen, zie art. 52 B R, al. 1;

dat appellant zich ten slotte eerbiediglijk refereert aan al het dezerzijds in eersten aanleg aangevoerde;

dat hij zijn stelsel wenscht te resumeeren in de volgende theses : lo. Nederlandsch-lndië is geen rechtspersoon ; waar door zijne Regeering gecontracteerd en geprocedeerd wordt, geschiedt zulks voor en namens het zedelijk lichaam, den Staat der Nederlanden;

2o. De bestuurder van dat zedelijk lichaam is de Koning; 3o. Waar een zedelijk lichaam zich doet verifieeren in een faillieten boedel en beëediging der vordering geeischt wordt door eenen medecrediteur, moet die eed worden afgelegd door den bestuurder van dat zedelijk lichaam of door diens bijzonderlijk daartoe gemachtigde bij authentieke procuratie, art. 810 K;

4o. Ergo is, waar zulk een eed aan den Lande gedefereerd wordt, slechts de Koning als bestuurder van dat zedelijk lichaam bevoegd dien eed af te leggen of daartoe te machtigen ;

5o. Hoewel de Gouverneur-Generaal als uitoefenende de Regeering van Nederlandsch-lndië in Naam des Konings in het algemeen bevoegd is namens den Lande te procedeeren in zaken tegen den Lande aanhangig voor Nederlandsch-Indische rechtbanken, zoo is hij daarom nog geen bestuurder in den zin van art. 1655 B. W. van het zedelijk lichaam, den Lande; de wet behelst dan ook geene bepalingen, welke voor eventueele eedsailegging in die procedures derogeeren aan de vorige theses;

6o. De eed van art. 809 K eene species van het genus decisoire eed zijnde, zoo mag luj, afgescheiden van de juistheid of onjuistheid der vorige vijf theses, in geschillen met den