is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangeboden, waarop de prijzen der buisleidingen waren gespecificeerd ;

dat appellante wel heeft tegengesproken, dat de aanbieding van die factuur vóór de levering heeft plaats gehad, doch dat zij dit eerst in liooger beroep, alzoo te laat, heeft gedaan;

dat uit een en ander volgt, dat ook de tweede grief van appellante is ongegrond en dat het door geintiraeerde verzochte onderzoek door deskundigen is onnoodig;

O. dat appellante in de derde plaats heeft aangevoerd : dat zij in elk geval niet voor de'handeling van den heer Coers aansprakelijk kan worden gesteld, omdat ten processe niet is gebleken, dat genoemde heer namens haar en als haar lasthebber is opgetreden ;

O. dat dit argument nauwelijks wederlegging behoeft; dat toch waar de heer Coers medewerkte tot herstel van een verzuim, begaan bij eene in het belang der door hem beheerde onderneming aangegane overeenkomst en de door hem bestelde buisleidingen ook één geheel moesten uitmaken met de filters, welke appellante zelve reeds vroeger voor die haar toebehoorende onderneming had besteld, het geen oogenblik aan twijfel onderhevig kon zijn, dat de heer Coers als lasthebber voor en namens appellante optrad en niet voor zich in privé handelde;

O. dat wel niet vast staat, dat hij gemachtigd was tot het bestellen der buisleidingen, zoodat het er voor moet worden gehouden, dat hij zijne bevoegdheid als administrateur heelt overschreden, doch ook dit der appellante niet kan baten, aangezien zij door het in ontvangst nemen en in gebruik stellen van de buisleidingen op meergemelde onderneming, ondanks zij hiertoe niet krachtens de eerste overeenkomst was gerechtigd, geacht moet worden de handeling van den administrateur Coers stilzwijgend te hebben bekrachtigd ;

Ö. dat op de sustenuen van appellante met betrekking tot de hoofdzaak niet meer behoeft te worden teruggekomen, daar ze reeds hierboven genoegzaam zijn weerlegd;

O. dat, nu bij slotsom blijkt, dat appellante met het vonnis van den eersten rechter niet is bezwaard, dit ook zal behooren te worden bekrachtigd ;

LVI. 28