is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeiie overtreding van liet daarmede in allen deele gelijkluidende art. 7 der daarvoor sedert 1 October 1889 in de plaats getreden nieuwe koelieordonnantie van Staatsblad 1889 no. 138, in verband met Staatsblad 1889 no. 139, door het als werkgever op eene onderneming van landbouw in de residentie Oostkust van Sumatra niet nakomen van de op hem als zoodanig rustende verpachting om een van e uit den lndischen Archipel afkomstigen werkman, bij_ het einde van zijn contract, een ontslagbrief je te geven daarstelt, welke overtreding bij art. 13 dierzelfde Ordonnantie met eene geldboete van ten hoogste f 100 is strafbaar gesteld;

O. dat hiertegen niet obsteerl het door beklaagde ter zijner verdediging aangevoerde, door de opgaven van de ter terechtzitting onder eede gehoorde getuigen Losso, Tjakrawirana en Mohamad (1ste, 2de en 3de getuigen) bevestigde, en daardoor rechtens voldoende geconstateerde feit, dat de bedoelde koelie (Losso) van af 4 October 1888 tot 10 Februari 1890, wegens ziekte, respectievelijk 1 6, 23, 33, 36 en 37 en alzoo in liet geheel 245 dagen in het hospitaal is moeten worden verpleegd, en nog daarenboven op 11 November 1889 wegens overtreding der orde (luiheid) met 12 dagen ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon is gestraft geweest, en de dan daaruit vervolgens door hem (beklaagde) met een beroep op de slotbepaling van art. 2 der thans vigeerende koelieordonnantie, volgens welke de tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof, of ziekte van meer dan eene maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf niet heeft gewerkt, bij de berekening van den duur der verrichte diensten niet wordt meegerekend, gemaakte gevolgtrekking, dat, zoolang die 2 57 dagen door den bedoelden contract-koelie (Losso) niet zullen zijn ingehaald, hij, beklaagde niet verplicht is aan dien werkman een ontslagbriefje uit te reiken;

O. toch dat gemelde slotalinea van art. 2 dier koelieord onnantie, als slechts van den duur der (reeds) verlichte, doch geenszins van dien der alsnog te verrichten diensten, veelmin van den duur van het contract zelf gewagende, zoowel met het