is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de conclusie kotnen, dat daarin de duur van den arbeid wordt geregeld";

O. dat deze argumentatie, zooals blijkt uit de onderstreepte woorden, leidt aan verwarring van twee verschillende begrippen 11. 1. inhouding „op" en inhouding „van" loon, waarbij ook over 'thootd wordt gezien, dat eene bepaling, die inhoudingen „op" loon, waarop men recht heett en dat reeds verdiend is, beperkt, zeer goed kan samengaan met eene andere, die geva'llen regelt, waarin een werkman geen recht heeft op het overeengekomen loon en dat „op" een loon, hetwelk niet verschuldigd is geen inhoudingen kunnen plaats vinden;

O. dat evenmin eene vergelijking van Staatsblad 1889 no. Ia8 met het daardoor vervangen Staatsblad 1880 110. 133 den beklaagde kan baten, daar afgescheiden nog van de omstandigheid, dat het werkcontract met Losso onder vigeur van dat vroegere is gesloten, een inzage van de nieuwe bepalingen terstond doet zien, dat de thans geldende regeling meer voor de belangen waakt van den werkman, zooals b. v. door de bepaling in art. 4 dat hij geen verlof meer noodig heeft om te gaan klagen, door die in art. 2 ten 9e dat hij niet van zijn gezin zal worden gescheiden tegen zijn wil, en door die van art. 5 alinea 4 boven reeds besproken, zoodat liet niet aangaat te beweren, dat thans aan een onveranderd overgenomen zinssnede een mi er bezwarende uitleg voor den werkman dan vroeger behoort te worden gegeven; doch veeleer moet worden aangenomen, dat de wetsuitleg van den eersten rechter de juiste is en de geheele oeconomie van Staatsblad 1889 no. 138 verbiedt, aan te nemen, dat daaibij langs een omweg afgeweken wordt van het uitdrukkelijk verbod in art. 2 ten 6e gegeven, dat geen overeenkomst langer dan 3 jaren mag duren en dat nog wel zonder eenig voorschrift aan den werkgever, waardoor controle van bestuurswege mogelijk wordt en welke controle, zooals geen nader betoog behoeft, niet gelegen kan zijn in een inzage van de rekening courant, zooals namens den beklaagde is beweerd geworden, vooral niet in beklaagdes sijsteem, dat tijdens ziekte enz. toch loon verschuldigd zoude zijn;