is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHIKKINGEN.

VOOBZITTEB TAN DEN LANDBAAD TE TjILATJAP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-IND1E, (D ebde K ameb ).

Art. 298 Str. Inl. — Art. 240e al. 2 en 240/ al. 2 Inl. Regl.

Diefstal, geple.gd ten nadeele van den stiefvader der vrouw van den dader, valt niet in de exceptie van art. 298 Str. Inl.. 411

MILITAIRERECHTSPRAAK.

HOOG-MILITAIR-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-IND1E.

Bevoegdheid Krijgsraad. — Commun delict.—Artt. 13 en 14 Critn. Wetb.

De militaire recliter mag zich, op grond van art. 14 Crim. Wetb., eerst dan onbevoegd verklaren van een door een militair gepleegd commun delict kennis te nemen, wanneer een burger persoon reeds verdacht wordt daarin betrokken te zijn en de bevoegde autoriteit zich diens zaak heeft aangetrokken.

De militaire rechter is onbevoegd uit te maken of er termen bestaan tot vervolging van een burger persoon 343

OPMERKINGEN EN MEDEDEELINGEN.

Samenstelling van het Hoog-Gerechtshof en het Hoog-Militair-Gerechtshof van N. I. gedurende het rechterlijk jaar 1891 — 1892 67

Samenstelling van den Raad van Justitie te Batavia gedurende het rechterlijk jaar 1891 — 1892 68

Circulaires van het Hoog-Gerechtshof van Nederl.-Indië . 133

Mr. L. W. C. van den Berg en liet grondrecht op Java en Madoera 259

PERSONALIA.

Mr. A. H. Klein 69, £09, 346 Mr. j. Spruijt 69 Mr. H. Schuijten 69 Mr. A. F. Lens 69 Mr. J. C. Heijning 69 Mr. J, G, J. Oetgens van Waveren Pancras Cliflord. 69, 414