is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat principe wordt alom . gehuldigd ; zóó vat de inlander het huwelijk op; dat is ook zijn begrip evenals de meeste begrippen der inlandsche bevolking grootendeels wortelen in of zich gevormd hebben naar het recht van den godsdienst door schier allen beleden; door de anderen met graagte nagevolgd omdat ze aan de belijders van den Islam onbetwist de superioriteit toekennen.

Wijzigt die opvatting van het huwelijk, waarvan liet hoofddoel is de gemeenschap, zich nu al naar mate van den leeftijd der vrouw ?

De hoogleeraar Wilken splitst het genus huwelijk in twee species: de gewone huwelijken, waarmede dan vermoedelijk bedoeld worden de huwelijken tusschen volwassenen; en de kinderhuwelijken, een term die grammaticaal beteekent huwelijken van kinderen onderling, maar waarmede ook blijkt bedoeld te worden huwelijken van volwassenen met kinderen.

Maar aan die splitsing, door den Leidschen hoogleeraar in zijn sludeervertrek aangenomen, deukt inderdaad geen enkele inlander. Voor hem bestaan er geen verschillende species van huwelijken, maar hecht hij er zijn begrip aan : het geoorloofd maken van het huwelijksgenot, zooals Dr. Snouck Hurgronje de aqd an nikah definiëcrt.

De beteekenis en rechtsgevolgen dier kinderhuwelijken — om deze terminologie dan te blijven gebruiken — in Britsch-Indië } waaraan prof. Wilken eenige opmerkingen wijdt, ga ik met stilzwijgen voorbij. Eene uiteenzetting daarvan doet tot de behandeling der vraag, die ons bezig houdt, niet af en terecht verklaart de schrijver zelf dat voor de Indonesische volken het Mohamedaansche recht van meer beteekenis is dan het Hindüsche. Van groote beteekenis voorzeker is het recht van den Islam omdat van eene receptie van dit recht alleen sprake is ; omdat onze kologiale staatsinstellingen de godsdienstige wetten willen geëerbiedigd zien bij bestuur en civiele rechtspraak ; omdat de wetten va.ii haar godsdienst zoo gaarne door de inlandsche bevolking tot richtsnoer worden genomen en waar afwijkingen zich voordoen of gebruiken, strijdig met dien beleden godsdienst, worden waargeiiouitn, deze meer te wijten zijn aan onvoldoende kennis